Bananenman

Zoals veel vrouwen ben ik een kei in indirecte communicatie. Een onhandige en tijdrovende eigenschap. Zo heb ik me een half jaar geërgerd aan een collega die rechts naast mij zat. Elke dag nam hij een overrijpe banaan mee die hij klokslag vier uur oppeuzelde. Ik zat dus van half negen ’s ochtends tot vier uur ‘s middags in die bananenlucht. Geen pretje voor iemand met zo’n goedwerkend reukorgaan als ik. Ik had makkelijk een eind kunnen maken aan het banaanaroma door op directe wijze te communiceren. Door gewoon te zeggen: “Ik kan niet tegen die bananengeur, kun je je banaan inpakken ofzo?”  Maar nee, ik koos voor het indirecte pad.

Ik snufte en gaf hem een vuile blik om vervolgens de banaan op zijn bureau een nog vuilere blik te geven. Deze non-verbale hint begreep hij na drie maanden van hinten nog niet. Tijd voor een nieuwe indirecte methode. Ik deed het raam open op het moment dat hij de banaan uit zijn tas haalde en op zijn bureau plaatste. Bananenman, die nogal een koukleum was, verzocht mij vervolgens bibberend om het raam weer dicht te doen. De raammethode zette geen zoden aan de dijk. Na een half jaar afzien in een bouquet van bananenstank, restte mij niets anders dan de confrontatie. Dus op een ochtend zei ik: “Je banaan stinkt. Kun je ‘em niet meteen opeten of in een hermetisch afsluitbaar zakje verpakken?” De woorden spoten uit mijn mond, vol met nauwelijks verholen woede die zich in zes maanden had opgehoopt. Bananenman schrok van mijn mededeling, bood stamelend zijn excuses aan en beloofde verbetering. Meteen opeten was geen optie voor hem, dus vanaf de volgende ochtend deed hij de banaan in een plastic zakje. En twee weken later kwam hij stralend op kantoor: hij had bij Xenos een banaantrommeltje gevonden. Een geel plastic doosje in de vorm van een banaan waar precies – je raadt het al – één banaan in past. Het enige nadeel is dat het bakje evenals een echte banaan krom is, maar dat niet alle bananen dezelfde kromminggraad hebben. Regelmatig komt het voor dat hij een niet passende banaan met kracht in het doosje drukt, waardoor de banaan knakt en het vruchtvlees door de schil sijpelt. Volgens mij heeft Bananenman daar een hekel aan want elke keer als hij zijn banaantrommeltje opent en zijn gescheurde banaan ziet, fronst hij zijn wenkbrauwen en werpt hij mij een vuile blik toe. Telkens weer. Ik doe maar net alsof ik deze vorm van indirecte communicatie helemaal niet begrijp.